Spring naar inhoud

2. Contact maken en alcoholgebruik bespreken

Het is belangrijk om alcoholgebruik ter sprake te brengen wanneer signalen (zichtbaar) aanwezig zijn, alcoholgebruik kan namelijk;

  • deze problemen veroorzaken, verergeren of in stand houden
  • adequate aanpak van deze problemen verhinderen
  • invloed hebben op medicatie of andere behandelingen

Probeer neutraal te zijn bij het bespreken van alcoholgebruik, een goede werkrelatie waarbij de cliënt zich begrepen en gewaardeerd voelt staat voorop. Probeer ongevraagd advies te vermijden.

Het juiste moment

  • Als er een aanleiding is (opmerking van cliënt of van naaste, een alcoholincident etc.)
  • De sfeer is goed
  • De cliënt is niet (merkbaar) onder invloed.

Tijdens het gesprek

  • Praat in de ik-vorm. Dus niet: "u drinkt teveel", maar "ik maak me zorgen over uw alcoholgebruik"
  • Gebruik voorbeelden van problemen die ontstaan door het drinken (zie ook signalen van overmatig alcoholgebruik)
  • Ga niet in discussie over veel of weinig (de hoeveelheid doet er minder toe)
  • Heb oog (oor) voor de voordelen en functie van het gebruik.

Voorbeeldzinnen die u kunt gebruiken zijn:

Het is bekend dat de klachten die u beschrijft vaak samengaan met alcoholgebruik, zou dit bij u aan de hand kunnen zijn? Vindt u het goed als ik u een paar vragen over uw alcoholgebruik stel?

Alcohol wordt vaak gedronken ter ontspanning, om je rustiger te voelen, maar soms kan het klachten ook juist erger maken. Vindt u het goed als we deze mogelijkheid eens bekijken?

Als iemand het alcoholgebruik wil bespreken, stel dan voor om de klachten en het gebruik een tijdje bij te houden. Wanneer iemand niet open staat om verder op het alcoholgebruik in te gaan, vraag dan of het goed is als u er later nog eens op terug komt. Dring het in ieder geval niet op. Ga na of iemand wel hulp wil bij andere problemen, bijvoorbeeld angstklachten, depressieve gevoelens, sociale problemen / eenzaamheid, opvoed- of financiële problemen. De werkkaart Alcohol en Gezondheid kan de cliënt mogelijk doen inzien dat hij (vroegtijdig) hulp bij het alcoholgebruik moet zoeken.

(De)Stigmatisering

Stigma is een krachtig negatief sociaal stempel dat de manier beïnvloedt waarop mensen zichzelf zien en gezien worden. Alcoholgebruikers ervaren vaak (negatieve gevolgen van) stigma. Stigmatisering is voor veel mensen een grote barrière voor herstel en deelname aan de maatschappij. Wees je als hulpverlener bewust van:

    • je eigen (mogelijk belemmerende) houding.  Reflecteer daarop en doe dit ook binnen je team. ‘Zijn er vooroordelen over (stoppen met) alcoholgebruik aanwezig?’
    • zelfstigma bij mensen met alcoholproblematiek. Zelfstigma bij overmatig alcoholgebruik houdt in dat iemand zich slecht of waardeloos voelt omdat hij/zij de – veronderstelde – negatieve oordelen van anderen op zichzelf toepast en ze voor waar aanneemt. Stel een zelfstigma test voor.
    • Leer iemand om te gaan met stigmatiserende situaties.
    • Wijs iemand op de mogelijkheden van lotgenoten/herstelgroepen

Daarnaast is het belangrijk om attitudes in het team te bespreken. Durf elkaar (collega’s) aan te spreken op stigmatiserende houdingen: ‘Ben je je ervan bewust dat je de diagnose centraal stelt zonder verder te kijken naar wie deze persoon is en wat zij/hij nodig heeft?' (zie ook: alcohol en stigma op deze website).

3. Motiveren
4. Behandeling en begeleiding