Spring naar inhoud

Alcohol en depressie

Oorzaken depressie
De oorzaak of aanleiding voor het ontstaan van een depressie is niet altijd aanwijsbaar. Biologische, sociale en psychologische factoren spelen een rol, zoals genetische achtergrond, bepaalde gebeurtenissen in het leven, alcoholgebruik, persoonlijkheidsproblematiek. Ook kunnen er lichamelijke oorzaken zijn. Vaak spelen meerdere uitlokkende factoren of omstandigheden tegelijkertijd een rol.

Verslavingsproblematiek of middelenmisbruik kan zowel een oorzaak als een gevolg van depressie zijn. Patiënten praten niet gemakkelijk over dit onderwerp, de hulpverlener kan de patiënt moeten hierover informatie te geven. Bij het gebruik van alcohol en/of drugs kan worden gekeken hoe deze middelen de stemming beïnvloeden en hoe het gebruik ervan samenhangt met het ontstaan van de depressie. Vaak zal worden geprobeerd eerst het gebruik van alcohol/drugs te verminderen of te stoppen.

Screening
Vroege onderkenning van depressieve symptomen vindt plaats door incidentele en gerichte screening bij mensen bij wie een depressie wordt vermoed vanwege de aanwezigheid van een groot aantal risicofactoren. Dit vindt veelal plaats in de huisartsenzorg en de generalistische basis-ggz. De 4DKL (vier dimensionale klachtenlijst) is een aanbevolen screeningsinstrument. De 4DKL meet (en monitort) distress, depressieve klachten, angst en somatisering, 50 vragen op een 5 puntsschaal (voor printversie, zie onder).

Behandeling
Voor de behandeling van depressie is het nodig de complexiteit van de stoornis vast te stellen. De complexiteit van de stoornis beïnvloedt de prognose en respons op behandeling over het algemeen ongunstig. De complexiteit wordt bepaald door de volgende factoren:

  • ernstige belemmering van algemeen sociaal en beroepsmatig functioneren;
  • psychische comorbiditeit in de vorm van een angststoornis, alcoholafhankelijkheid, benzodiazepineafhankelijkheid, schizofrenie of verwante psychische stoornis, psychosegevoeligheid; persoonlijkheidsstoornis;
  • ernstige problemen op meerdere levensgebieden;
  • er is na 6 tot 18 weken niet of onvoldoende respons op een gekozen interventie.

Niet-complexe depressieve klachten en depressie worden binnen de huisartsenzorg of generalistische basis-ggz behandeld. Complexe depressie wordt in de gespecialiseerde ggz behandeld (zie Generieke module Landelijke
GGz samenwerkingsafspraken).

Risicofactoren
Het is belangrijk om risicofactoren voor het ontwikkelen of in stand houden van een depressie of dysthymie te inventariseren, door hiernaar gericht te vragen (wanneer ze niet direct zichtbaar zijn) en de patiënt inzicht te geven in deze risicofactoren. Naastbetrokkenen kunnen hierin een belangrijke rol vervullen. Risicofactoren zijn
opgesomd in onderstaand document.

 

De informatie op deze pagina is ontleend aan de zorgstandaard Depressieve stoornissen, uitgegeven door Netwerk Kwaliteitsontwikkeling GGz