Spring naar inhoud

Alcohol en angst

Angst
Angst is een normale reactie in de context van een reële dreiging. Angst is een gevoel dat verwijst naar dreigend gevaar en gaat gepaard met lichamelijke verschijnselen door activatie van het autonome zenuwstelsel. Het lichaam wordt daardoor geprepareerd voor een fight or flight reactie, met versnelde hartslag en ademhaling, verhoogde spierspanning, specifieke gedachten zoals ‘ik ga dood’ of ‘er overkomt me iets vreselijks’ en gedragingen, zoals verstijven (freeze) of wegvluchten. ‘Normale’ angst past bij de situatie.

Angstklachten zijn klachten waarbij angstgevoelens en begeleidende lichamelijke klachten een rol spelen. Ze zijn vaak gerelateerd aan (dreigende) problemen of zorgen op belangrijke levensgebieden (gezin, relatie, werk, sociaal, gezondheid), maar kunnen ook spontaan ontstaan. Het verschil met een angststoornis betreft de ernst van de symptomen. De overgang van ‘angstklachten’ naar een ‘angststoornis’ heeft geen exact afkappunt; er is sprake van een continuüm.

Angst en alcohol
Alcohol kan een hulpmiddel zijn geworden om met angst om te gaan. Met de verdovende werking van alcohol wordt het angstige gevoel gedempt. Daardoor durft iemand meer of is het makkelijker om te relativeren. De alcohol helpt als symptoombestrijder op korte termijn. Door alcoholgebruik blijft het onderliggende probleem bestaan. Daar komt bij dat er tolerantie optreedt voor de verdovende werking van alcohol: steeds meer alcohol is nodig hebt om geen angst te voelen.

Signalering en screening (gebaseerd op NHG standaard)
Veel mensen bespreken hun angsten niet uit zichzelf en gaan bijvoorbeeld naar de huisarts met somatische klachten of problemen, die achteraf blijken samen te hangen met angst.

Denk in de volgende gevallen aan angstproblematiek:

  • frequent spreekuurbezoek aan de huisarts voor wisselende en onderling niet samenhangende, vaak somatische, klachten;
  • ‘hyperventilatie’-klachten, zoals benauwdheid, transpireren, droge mond, duizeligheid, licht gevoel in het hoofd, tintelingen in armen en benen;
  • vooral onbegrepen duizeligheid en hartkloppingen moeten aan een angststoornis doen denken;
  • depressieve klachten of een depressie;
  • angststoornis in de voorgeschiedenis of bij familieleden;

Vragen die u kunt stellen zijn:

  • Voelt u zich gespannen of angstig? Maakt u zich veel zorgen?
  • Heeft u angst zonder dat u weet waarvoor?
  • Vinden u en uw naasten de angsten reëel?
  • Belemmert de angst u in het dagelijks functioneren?

Voor de diagnostiek zijn vaak meerdere contacten nodig (bijvoorbeeld met huisarts of basis GGZ). Eventueel kan hierbij een (zelfrapportage)vragenlijst gebruikt worden, bijvoorbeeld de 4DKL in de huisartsenzorg (voor printversie, zie onder).

Wanneer alcoholgebruik of gebruik van psychoactieve stoffen een rol speelt bij het ontstaan of in stand houden van de angstklachten is het belangrijk dit verband te bespreken en inzichtelijk te maken.

 

De informatie op deze pagina is ontleend aan de zorgstandaard Angstklachten en angststoornissen, uitgegeven door Netwerk Kwaliteitsontwikkeling GGZ.